Jeugdpagina

Van de redactie

Het nieuwe jaar is alweer begonnen met heel veel nieuwe molenzaken. Een leuke ontwikkeling in de molenwereld is het bouwen van nieuwe molens. Voor de jongste telg speciale aandacht met een leuk molenraadsel. We hebben weer een dier in de molen gevonden en er is een speciaal stukje over de grootste stinkerds onder de molens: de volmolens. Op deze molens werd lakense stof gemaakt. Tot slot weer een stukje van onze meelmolenaar en aandacht voor twee heel bijzondere molens.



De geboorte van een molen

Er gaan nog steeds molens verloren door brand of doordat ze niet meer worden onderhouden. Maar gelukkig komen er ook weer molens bij. Zo is er de afgelopen tijd een aantal nieuwe molens gebouwd, waaronder De Gouden Engel in het Noord-Hollandse dorpje Koedijk. Een molen met een heel bijzondere naam. De naam slaat op een heel oud feest dat vroeger in Koedijk werd gevierd op 31 december. Dit was de dag dat de pastoor een bedrag betaalde voor het gebruik van de kerk aan de graaf van Holland. Hij deed dat in gouden Engelsen, een munt waarmee men in de Middeleeuwen betaalde. De naam van de molen herinnert de bewoners van Koedijk nog steeds aan dit oude feest.

De Gouden Engel heeft een heel mooi naambord gekregen met de naam van de molen erop en een leuk rijmpje. Wie weet de oplossing van dit raadsel? Het antwoord vind je onderaan deze pagina.

 

Wol

Wol is het afgeschoren haar van schapen. Wol voelt warm aan en is een goede warmteisolator. Wol is vochtabsorberend, zonder dat het vochtig aanvoelt, en elastisch. Wol is niet goed machine wasbaar omdat ze makkelijk vervilt en krimpt. Naast wol van schapen zijn er nog andere haarsoorten die als grondstof voor stof kunnen worden gebruikt, namelijk de haren van de kameel, geit, konijn, haas, paard en van de koe.

Deze mooie foto van twee molens in de sneeuw ontvingen wij op de redactie.
Wie weet om welke molens het gaat?

 


Molenaarsleven anno 2010

Ik heb altijd ontzettend veel respect gehad voor de molenaars van vroeger. Dag in, dag uit waren ze op de molen te vinden. Weer of geen weer. Wat moeten zij het in de winter koud gehad hebben!

Op onze molen ‘De Vriendschap’ in Weesp houden we elk jaar het Midwintermalen. Dan draaien we met de molen tot laat in de avond door. Deze editie daalde het kwikpunt tot een schrikbarende min acht graden in de avond. Uiteraard met een straffe ijskoude wind. Tot grote hilariteit van mijn vriendin belde ik al in de loop van de middag op of ik toevallig een maillot van haar mocht lenen. Maar helaas, zelfs dit hielp niet echt. Dus op de avond zelf dwaalde mijn gedachten af naar de beroepsmolenaars die elke dag op de molen te vinden waren. ’s Middags en ’s avonds. Wat zouden die gedaan hebben tegen de koude wind? Hadden zij het überhaupt wel koud, of zijn we tegenwoordig de kou niet meer gewend en stellen wij ons aan? Dat is natuurlijk ook een mogelijkheid. Wat ik nu wél weet, is dat een heleboel warme chocolademelk en af en toe een warme oliebol, van molenmeel uiteraard, wel heel goed helpen!

Christian

Wat stinkt het daar!!

Het bewerken van wollen stof tot laken heet vollen. De bedoeling daarvan was om de wollen stof dichter of voller te maken. Vandaar de naam. Dit gebeurde vroeger in volmolens die gebruik maakten van rottende menselijke urine en ranzige boter. Vanwege de stank die dit gaf, hadden volmolens vaak de bijnaam van stinkmolen en werden ze het liefst buiten de stad geplaatst. Na het vollen heette de stof: laken. Dat is wat anders dan het laken op je bed! Vroeger was wollen lakense stof de meest gebruikte stof voor kleding. Daarom vond je in heel veel steden volmolens, die eerst werden aangedreven door paarden (rosmolens) en later door wind- of waterkracht. Zo is de stad Leiden beroemd geweest om de lakenindustrie. Rondom de stad stond een groot aantal volmolens. Deze zijn tot in de 19e eeuw in gebruik gebleven.

De oplossing is: graan.

------------------------------------------------------------

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Share |